Weerstandsvermogen

Onder weerstandsvermogen wordt door het WFZ verstaan het eigen vermogen conform de Regeling Jaarverslaggeving Zorginstellingen. Het percentage weerstandsvermogen wordt berekend door het (eventueel gecorrigeerde) weerstandsvermogen te delen op de totale opbrengsten. Onderstaand wordt ingegaan op

De omvang van het vermogen

Anders dan vaak wordt gedacht gaat is het vermogenpercentage sec niet doorslaggevend bij de beoordeling. Er wordt dan ook geen eenduidige, uniforme norm gehanteerd. Het WFZ acht, gelet op de ontwikkelingen in de zorgsector op dit moment, een vermogenspositie van 15 á 20% van de totale inkomsten wenselijk voor een zorginstelling. Immers, een te laag weerstandvermogen belemmert het slagvaardig opereren op een concurrerende markt. Wie financieel dicht langs de rand van de afgrond fietst, kan zich weinig risico's meer permitteren. Het genoemde percentage is echter een globale richtlijn, omdat de vermogenspositie bezien moet worden in het licht van de activiteiten die de instelling ontplooid, en de markten waarop men actief is. De situatie van een enkelvoudig verzorgingshuis op een Waddeneiland is niet zonder meer over één kam te scheren met de situatie van een ziekenhuisconglomeraat in de Randstad. Ook de schaalgrootte is van invloed: 20% van weinig is nog steeds weinig.

De vermogensindicatie van het WFZ moet niet verkeerd worden begrepen. Het betekent dat toetreding niet per definitie onmogelijk is als het eigen vermogen nog niet helemaal de norm heeft bereikt. Een gezonde exploitatie en een vertrouwenwekkend bestuur, en dus vertrouwenwekkende toekomstperspectieven, geven meestal de doorslag. Maar het is dus ook niet vanzelfsprekend dat toetreding mogelijk is als wél voldoende eigen vermogen aanwezig is. De zorgen over een uit het lood geslagen exploitatie worden in de beoordeling door het WFZ niet zonder meer 'weggestreept' tegen een hoog vermogenspercentage.

Correcties op het weerstandsvermogen

Om het weerstandsvermogen te kunnen gebruiken als indicator voor kredietwaardigheid, moeten soms correcties worden toegepast. Dat kan een aftrekpost zijn, wanneer sprake is van het verstrekken van risicodragend (eigen) vermogen aan derden in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening. In deze gevallen vindt 100% correctie plaats. Het kan ook een bijtelling zijn, bijvoorbeeld vanwege een achtergestelde lening die aan de organisatie is verstrekt. Deze moet dan wel voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Achtergestelde leningen

Het WFZ beschouwt achtergestelde leningen die zijn verstrekt aan zorginstellingen niet zonder meer als eigen vermogen. In eerste instantie kijkt het WFZ bij de toetreding en herbeoordeling naar het (directe) eigen vermogen en naar de overige beoordelingscriteria zoals de exploitatieontwikkeling en het sturings- en beheersingsinstrumentarium van de instelling. Als deze laatste twee criteria positief uitvallen, en de eerste niet, kan een achtergestelde lening soms toch deelname mogelijk maken. De lening dient in zo'n geval wel aan een aantal voorwaarden te voldoen:

  • Achterstelling ten opzichte van alle crediteuren;
  • Het toekomstige weerstandsvermogen mag door eventuele aflossing niet beneden het niveau dalen waarop de instelling door als deelnemer aan het WFZ is geaccepteerd. Dit impliceert dat eventuele aflossingsbepalingen niet anders dan een voorwaardelijk karakter dienen te hebben.
  • Voor achtergestelde leningen mogen geen zekerheden worden verstrekt.

Voor het WFZ is van belang dat de voorwaarden van een achtergestelde lening nooit conflicteren met het Reglement van Deelneming. Alle voorwaarden van de achtergestelde lening zullen bij de (her)beoordeling aan de orde komen. In individuele gevallen kunnen aanvullende voorwaarden door het WFZ worden gesteld.